Wim Brands-1.jpg
By Vera de Kokwikipedia.org

Wim Brands is dood. Lang leve de interviewer. Hij was een van weinige journalisten die ik echt bewonderde. Hij sprak in maart 2014 twee keer met Dichter des Vaderlands en filosoof René Gudde, een jaar voor Gude overleed. Belangrijke gesprekken. Over het leven en over de dood. En nu, nog een jaar later, is Brands er zelf niet meer. Hij leed aan een depressie. Een verwoestende ziekte die meer levens kapot maakt dan wij vermoeden. Maar we praten er bijna niet over. Brands dood is een groot gemis. Voor het leven. Voor zijn nabestaanden. Voor de trouwe kijkers. En zo hoort het ook. De dood hoort sporen na te laten.

Ik deel heel graag een van de gesprekken van Brands met Gude, op 14 maart 2014. Hij vatte de visie van Gude aan het begin van het gesprek prachtig samen.. ‘Je moet het leven niet zo belangrijk maken en de dood ook niet.’ Niemand kon vermoeden dat twee jaar later het leven ondraaglijk licht werd voor de interviewer. Gude was het overigens niet eens met Brands. “Het is een kloteleven, Wim. Als je het goed voor elkaar hebt, is het erg om eruit te donderen. Als je het slecht voor elkaar hebt, dan wordt je niet opgevangen. Het is niet goed of het deugt niet.”

Is dat doemdenkerig? In mijn ogen niet. Gude deed vervolgens namelijk een hartstochtelijke oproep meer aandacht te besteden aan de mensen om je heen die er echt toe doen. En dat zijn niet je collega’s, niet je baas of opdrachtgever aan wie je contractueel gebonden bent. Waardoor je veel te veel tijd doorbrengt met mensen die er eigenlijk privé niet toe doen. Investeer in de mensen om je heen, in jouw club, aldus Gude. Verleg de aandacht van jezelf en je eigen streven naar onsterfelijkheid en zingeving in het hiernamaals, naar de mensen die je straks achterlaat. Volgens hem ben je alleen onsterfelijk voor de mensen die van je houden. De kwaliteit van de club waar je uit komt, jouw bijdrage daaraan, en het vertrouwen dat dat ook na jouw dood doorgaat, dat is de enige plaats waar je troost kunt vinden.

Maar aan houden van zit ook een schaduwzijde, aldus Gude.

“Het idiote is, de paradox is eigenlijk, dat je, hoe beter je privé in elkaar zit, hoe meer steun en geborgenheid je mag verwachten als je ziek wordt. En tegelijkertijd: hoe beter je privésfeer in elkaar zit, hoe dramatischer het zal zijn als een van die figuren eruit valt. Dus je bent nooit veilig. Het is een kloteleven, Wim. Als je het goed voor elkaar hebt, is het erg om eruit te donderen. Als je het slecht voor elkaar hebt, dan wordt je niet opgevangen. Het is niet goed of het deugt niet.”

Dood gaan vond Gude zelf helemaal niet zo erg. Hij was er niet bang voor. Zijn vrouw en kinderen achterlaten dat vond hij vreselijk.

“Als ik van een ding overtuigd ben, dan is het dat doodgaan voor degene die dood gaat niet zo erg is. We zijn allemaal geneigd om als iemand die dood gaat, te denken ‘och man, wat vertel je me nou, ga je dood, dat is afschuwelijk. En hebben enorm veel medelijden met degene die dood gaat. Maar ik ben ervan overtuigd dat het voor degene die dood gaat eigenlijk helemaal niet zo erg is, en dat je daar als omgeving je aandacht niet zozeer op hoeft te vestigen. Hoe eerder je begint met te denken aan degenen die doorleven, nadat er iemand doodgaat, hoe beter het is. Daar ben ik van overtuigd. Ik denk dat mantelzorgers het absoluut zwaarder hebben dan stervenden.”

Dag Wim. Ik hoop tegen beter weten in dat René Gude daar waar je nu tot sterrenstof verder gaat in welke vorm dan ook op je wacht. Om je een beetje gerust te stellen in deze nieuwe werkelijkheid. Stel hem vooral heel veel vragen.

Geef een reactie

  Subscribe  
Abonneren op